Buitenlocaties
 >  Werken onder winterse omstandigheden
Introductie

Doel van deze toolbox is informatie geven over:

  • Welke risico’s zijn er bij het werken in de winter;
  • Welke maatregelen te treffen bij winterse omstandigheden;
  • Wat kan je zelf doen.
Risico's > Wat kan er gebeuren?

Bevriezing

Tekenen van bevriezing zijn:

•Tintelingen
•Verkleuring van de huid
•Beperkte mobiliteit van de ledematen
•Pijn

Neem tekenen van bevriezing serieus. Het kan niet alleen ongemak veroorzaken, maar ook ernstige en mogelijk permanente schade aan de gezondheid aanrichten.

Bij bevriezing van bijvoorbeeld tenen, vingers, oren wordt schade aangericht doordat er ijskristallen ontstaan die de cellen beschadigen.

Uitglijden

De ondergrond kan verraderlijk glad zijn.  Niet alleen de (openbare) weg, maar ook bouwplaatsen, steigervloeren, trappen en bordessen.

Een val kan verschillend letsel voorzaken van kneuzingenen schaafwonden tot botbreuken en hersenschuddingen.

Onderkoeling

Tekenen van onderkoeling:

•Rillingen
•Stijfheid van spieren
•Vermoeidheid
•Verwardheid

Normaliter is de lichaamstemperatuur rond de 37 °C.  Onder de 35 °C spreekt men van onderkoeling.

Vermoeidheid kan leiden tot verlies van concentratievermogen en reactietijd, met een verhoogd risico op ongevallen tot gevolg.

Hypothermie kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen dus neem de tekenen van onderkoeling serieus.

Verminderde zichtbaarheid

Sneeuw, mist of ijzel kunnen de zichtbaarheid verminderen, wat het risico op ongevallen met voertuigen of machines vergroot. Ook zijn fietsers en voetgangers minder goed zichtbaar.

Minder goed functionerende apparatuur

Lage temperaturen kunnen nadelig zijn voor de werking van batterijen maar ook voor de viscositeit van olien en smeermiddelen. Meetapparatuur of voertuigen kunnen daardoor minder goed of niet meer functioneren.

Maatregelen > Wat moet je doen?

Bevriezing en onderkoeling

  • Draag geschikte kleding en kleed je in lagen. Gebruik water- en winddichte kleding om warmteverlies te minimaliseren.
  • Neem regelmatig pauzes om op te warmen.
  • Blijf voldoende water drinken om uitdroging te voorkomen. Neem ook extra eten voor onderweg.
  • Neem extra kleding of een deken mee op reis. Een aluminiumfoliedeken past in elke tas.

Uitglijden

  • Draag schoenen met een goede grip en antislipzolen.
  • Pas je loopgedrag aan om langzamer en voorzichtiger te lopen.
  • Maak gebruik van wandelstokken, leuningen of ijzerschoenen om extra grip te krijgen.

Verminderde zichtbaarheid

  • Gebruik reflecterende kleding om beter zichtbaar te zijn voor andere weggebruikers.
  • Zorg ervoor dat je verlichting goed werkt.
  • Wees extra alert op andere weggebruikers en vertraag je snelheid om voldoende tijd te hebben om te reageren.
  • Neem een zonnebril mee.

Apparatuur en voertuigen

  • Onderhoud je apparatuur en voertuigen.
  • Zorg ervoor dat voertuigen voldoende brandstof hebben en dat apparatuur volledig is opgeladen voordat je aan het werk gaat.
  • Houd reserveonderdelen bij de hand.
  • Gebruik winterbanden, zorg voor voldoende spanning en profiel.